Omdat Minoushka en ik toevallig in de zomer van 2013 door de Torensteeg liepen, het kleine steegje tussen Singel en Spui te Amsterdam, kwamen we langs de galerie van Harry van Gestel (1953). Hij stond buiten de deur en sprak ons aan. Met dank aan op zijn minst een royale portie geestverruimende middelen was hij bevlogen en diepzinnig. Hij troonde ons mee naar binnen waar zijn abstract-expressionistische doeken hingen, sprak over inspiratie, geestelijke wezens, zong delen uit een opera en tenslotte bood hij ons spontaan twee kleine schilderijen aan. Ik vroeg nog aan de beheerder van de galerie of het wel verantwoord was dat ik met twee kunstwerken van de meester het pand verliet, maar dat was geen enkel punt; hij deed dat wel vaker zo. Alleen al vanwege dit ontroerende scenario zijn die twee doeken ons dierbaar.